Fitna 1 Handboek voor terroristen?

 

Abdel neemt de Koran letterlijk. ‘Van de eerste tot de laatste letter is de Koran het perfecte woord van God, zonder verdraaiingen. Hij heeft er niets in veronachtzaamd. Dat zegt hij zelf in soera 6, vers 38. Daarom is en blijft de Koran het modernste boek dat er bestaat. De Koran heeft zelfs de atoombom en de ruimtevaart voorspeld: hij spreekt over kokende zeeën en over tochten naar de hemel om de geheimen ervan te beluisteren. De Koran biedt de oplossing voor alle grote wereldproblemen. Als de mensen er eindelijk eens naar luisterden. Begrijp je nu dat de Koran het modernste boek aller tijden is?’

Wat kan ik hierop zeggen? Dat het christendom voor mij niet minder is dan de islam? Dat de Koran op mij niet erg modern overkomt? Maar discussiëren over geloof is zo uitzichtloos. Een beroep op het gezond verstand heeft bij hen die geloven in de Waarheid – of dat nu een islamitische of een christelijke is – weinig effect. Bovendien lijkt het er niet op dat Abdel zich ooit heeft afgevraagd of de Koran op meer dan één manier kan worden geïnterpreteerd. ‘Er is maar één islam,’ zegt hij, en dat is die van hem. ‘De Koran is een wonder, het is het heilige woord van God, lees maar na. Hij zegt het zelf.’ En: ‘Je zult het moeten toegeven, het is zo mooi, dat kan niet door een mens zijn geschreven,’ zegt Abdel triomfantelijk.

Moslims stellen dat de Koran onvertaalbaar is – niet alleen omdat rijm, metrum en allerlei subtiele woordspelingen in een vertaling verdwijnen, maar ook omdat het Arabisch een heilige taal is. Vertalingen bestaan echter wel. De leek die er een ter hand neemt om gezellig een avondje te lezen, valt gegarandeerd in slaap. De koran is weliswaar veel minder dik dan de bijbel maar veel ontoegankelijker. De stijl is verheven en langdradig langdradig, en een duidelijke verhaallijn ontbreekt. De hoofdstukken zijn niet chronologisch geordend maar naar lengte, het langste staat vooraan, het kortste aan het eind. ‘De Koran kan onwetenden chaotisch voorkomen, maar er zit een diepere betekenis in, hij weerspiegelt de goddelijke orde,’ verklaart Abdel. Sommigen gingen heel ver in het zoeken naar diepere, geheime betekenissen. Zij telden, deelden en vermenigvuldigden alle mogelijke combinaties van woorden, hoofdstukken en feiten, en kwamen zo tot verbluffende inzichten.

In de Koran draait alles om God, om wat hij openbaart en om wat hij van de mensen eist. Alleen al de naam Allah komt er 2500 maal in voor, nog afgezien van veel voorkomende bijnamen als Heer, Barmhartige, Erbarmer, Schepper, Waarachtige en Enige. Dat God de enige is, was het belangrijkste strijdpunt in de prediking van de profeet Mohammed, wiens decadente stadgenoten er een veelheid aan goden en godinnen op na hielden. Talrijk zijn de passages tegen het polytheïsme, waarvan hij ook de christenen beschuldigt. Aanhangers van meerdere goden waren voor Mohammed even vreemd als voor ons mensen die zeggen dat ze zowel liberaal als communist zijn.

Als ik Abdel vertel wat christelijke theologen met de Bijbel hebben gedaan, moet hij lachen. ‘Wonderen wegverklaren, verhalen als mythen ontkrachten, dat zal de Koran niet overkomen,’ weet hij. ‘Het is het bewijs dat de Bijbel corrupt is en de Koran niet. Bij de Koran zou het godslastering zijn.’ Toch heeft het de islam nooit ontbroken aan kritische geesten die de korantekst in twijfel trokken. Sommigen probeerden zelfs imitaties te schrijven. Tegen hun creaties bracht men in dat ze bij voordracht niet het betoverende effect hadden van de echte Koran. Een van de imitators antwoordde hierop: ‘Laat de mijne maar een paar eeuwen voordragen in de moskeeën en je zult zien!’