Fitna 5 Soefie-shirk

God is de grootste, dat spreekt vanzelf. Maar hij is ook heel ver weg. De enige plek waar zijn aanwezigheid enigszins tastbaar is, is Mekka, en dat ligt niet naast de deur. Heiligen heb je daarentegen overal. Sommigen zijn in leven, de meesten helpen vanuit hun graf. De heilige blijft via zijn graf verbonden met deze wereld en is tegelijkertijd in de hemel, dicht bij God. God moet onvoorwaardelijk worden gehoorzaamd, zijn regels moeten worden opgevolgd. Heiligen zijn gemakkelijker, ze kunnen ook op no cure no pay-basis worden ingeschakeld. Je belooft de heilige dat je zijn diensten beloont met het slachten van een kip of met een ander gebaar dat hem welgevallig is, maar als hij geen oor heeft voor je hulpvraag, krijgt hij ook geen beloning. Een heilige is ook een mens geweest en loopt dus over van begrip voor menselijkheden. Hij is gul en zijn hart is groot: kan hij geven, dan geeft hij ook. Kan hij niet geven, dan begrijpt hij best dat een beloning er niet in zit. In Marokko wordt soms wel van tevoren betaald. Dan heet een offer ar, schande: het zou een schande zijn als de heilige ondanks het offer zijn belofte niet nakomt. Een heilige moet zichzelf wel blijven bewijzen om niet in vergetelheid te raken. Aan een dode die alleen maar heilig ligt te zijn zonder dat er enige prestatie tegenover staat heb je immers niks.

Overdag wordt er vooral geslapen, thee gedronken en gerookt. ’s Nachts, na het avondgebed, doen ze de dzikr, het ritueel waarmee ze God prijzen met muziek en dans. In de Grote Nacht gaan ze hiermee door tot de totale uitputting is bereikt. Uit de tenten tettert de ongeremd versterkte muziek van de verschillende groepen.

Voor de oppervlakkige toeschouwer is het verschil tussen de soefigroepen echter niet groot. Het lijkt vooral een kwestie van temperament. In veel tenten staan de mannen in rijen tegenover elkaar opgesteld, de muzikanten aan het uiteinde, achter de leider, die zingt en het tempo aangeeft. De leider wordt sjeik genoemd, wat een algemene titel is voor iemand die respect afdwingt. Onder zijn leiding zwaaien de mannen hun lichaam van voor naar achteren of draaien ze met hun bovenlijf, waarbij ze hun armen van links naar rechts slingeren. Bij elke draai of zwiep hoor je de tot ‘hai’ of een diepe grom verbasterde uitroep ‘de Levende’ – een van de namen van God. Deze klank wordt met zo veel kracht uitgestoten dat het werkt als een ademhalingsoefening waardoor je in trance kunt raken. Dan ervaren de dansers contact met de Levende.