Fitna 6 Baraka

Duizenden wringen zich door de straten van Luxor en verdringen zich rond het graf in de moskee van Aboel Haggaag. Het is zo druk dat de gehelmde politiemannen bij de ingang van de grafruimte erop los knuppelen wanneer de meute begint te dringen en niemand er nog in of uit kan. Iets buiten de stad doen de paardenraces en de schijngevechten van mannen met lange stokken het goed bij het toegestroomde publiek. Vandaag staat Luxor op zijn kop.

De moelid van Aboel Haggaag is een hoogtepunt voor de bewoners van Zuid-Egypte. Een hoogtepunt in een tijd die toch al bijzonder is: het is sjabaan, de moelidmaand bij uitstek. Er zijn zo veel moelids tijdens sjabaan dat je op ieder tochtje naar het platteland of het oude deel van Caïro er wel in een verzeild raakt. Je kunt van de ene naar de andere trekken en zo aan het feesten blijven. En dat is wat velen doen – marskramers in speciale moelidproducten en handelaars in vee en fruit, theezetters, wierookbranders, soefidansgroepen, mensen die uit zijn op baraka voor het verkrijgen van gezondheid en geluk, pretmakers die niets anders om handen hebben, bedelaars, excentriekelingen en dieven.

Heiligenfeesten heb je niet alleen in Egypte. In bijna de hele islamitische wereld worden ze gevierd. Sommige zijn groot en trekken miljoenen bezoekers, andere zijn klein en alleen in trek bij de dorpsgemeenschap die een plaatselijke sidi, heilige, eert. Elk feest heeft zijn eigen karakter: bij het ene domineert de heilige, bij het andere de markt, de kermis of de paardenraces. Sommige zijn berucht om de handel in drugs. In Marokko worden heiligen maraboets genoemd en hun feesten moessems. Daarvan zijn er jaarlijks zo’n 700, voor het merendeel rond de geboortedag van de profeet Mohammed.

Moelid staat voor totale chaos. De verschillende soefimuziekgroepen halen het maximale uit hun geluidsapparatuur. Tot diep in de nacht, tot de totale uitputting is bereikt, dansen zij en iedereen die zich niet wil inhouden. En wie wil zich inhouden? Een moelid is de gelegenheid om je eens lekker uit te leven, te ontsnappen aan de sleur, de vermoeienis en de zorgen van alledag. Het is een soort vakantie voor de gewone man. Een soort vakantie, want vakantie is iets westers. De gewone Egyptenaar heeft nooit vakantie en gaat normaliter nergens heen zonder praktisch doel. Reizen ter ontspanning of om te genieten van overblijfselen uit vroeger tijden kan hij zich niet permitteren.