Fitna 7 Fundies

Ik wil graag islamisten ontmoeten, vertel ik Hosni, een leraar Engels die ik ’s avonds vaak ontmoet bij mijn favoriete stalletje met broodjes lever bij de Talaat Harb. Hij helpt zijn broer en verdient zo wat bij. Hosni kent geen islamisten, zegt hij. Wel heeft hij een vaag signalement: het zijn Mohammed-imitaties, met een witte djellaba en een lange baard. Maar, waarschuwt hij, niet iedereen die aan dit signalement voldoet is islamist en niet elke islamist voldoet aan het signalement.
Hoewel de profeet Mohammed voor alle moslims het ultieme voorbeeld is – zijn wijsheid en gedrag waren immers voorbeeldig – zijn er verschillen. Voor islamisten is Mohammed een boven de tijd verheven figuur, waardoor zijn eeuwige wijsheid op elke plaats en periode van toepassing is. Dat we nu in een andere tijd leven, die andere antwoorden vraagt, gaat er bij veel islamisten niet in. De Koran is volgens hen eeuwig actueel en geeft dus een goed antwoord op alle hedendaagse vragen. Het idee dat Mohammed als hij nu zou leven anders zou kunnen antwoorden, wijzen ze af.
Op een avond heeft mijn speurtocht naar een islamist succes. In een koffiehuis naast de Hoesseinmoskee raak ik aan de praat met een oudere man die jaren in Koeweit heeft gewerkt, tot de Golfoorlog hem dwong met achterlating van zijn hele bezit naar Egypte terug te keren. Zijn neef Achmed zit er zwijgzaam bij. Ik zie dat hij zich ergert. Af en toe zegt hij iets tegen zijn oom in het Arabisch, zo te horen op verontwaardigde toon.
‘De islam wordt onderdrukt. Daarom is het niet onbegrijpelijk dat sommigen kiezen voor terreur,’ zegt Achmed. ‘Maar ik vind het fout als onschuldige mensen daar slachtoffer van worden, en de meesten van ons zijn daartegen. Het is niet islamitisch. Ik geloof in een vreedzame, democratische weg. Het probleem is dat die zogenaamde democraten ons van de democratie hebben uitgesloten. Maar de weg van de islam staat wagenwijd voor ons open.’ Volgens Achmed is de islam eigenlijk een soort bevrijdingstheologie, zoals je die in Latijns-Amerika hebt. Maar dan effectiever.
Voor Achmed is islamisme ook het overboord gooien van de gangbare Koranuitleg, het resultaat van veertien eeuwen haarkloverij van islamitische schriftgeleerden. Hij is tegen blinde navolging van de door de tijden heen gevormde leer – want ook dat is sjirk – en voor terugkeer naar de bron. Hartstochtelijk sympathiseert hij met populaire imams die een gruwel zijn voor het door de overheid benoemde religieuze establishment.
Achmed zegt dat het slecht gaat met de islamitische wereld, steeds slechter. ‘Eens was de islamitische beschaving het middelpunt van de wereld. Gods zegen rustte op de moslims: omdat zij Hem als enige erkenden liet hij één groot wereldrijk ontstaan dat zo ongeveer de hele toenmalige wereld omvatte.’ Toen kwamen de kruistochten, maar die illustreerden eerder de barbaarsheid van de westerlingen dan de achterlijkheid van de moslims. Pas toen in de negentiende eeuw de koloniale mogendheden de hele Arabische wereld onder de voet liepen, brak het verontrustende gevoel dat de islamitische cultuur stagneerde echt door.