Fitna 9 Moderne islam

Door een poortje komen we op een ruime binnenplaats, omgeven door een galerij. In het midden staat een fontein, aan een kant de tombe van sidi Ben Abdallah. Onder het afdak van de galerij liggen tientallen mensen in dekens gewikkeld tussen hun bezittingen.

‘Waar kom je vandaan?’ vraagt een man als ik er wat blijf rondhangen. ‘Uit Holland,’ zeg ik. Vanuit de galerij hoor ik in het Nederlands roepen: ‘Ben je een spion van Nederland of van Marokko? Geef me een heleboel geld.’ Ik loop naar de schreeuwer toe en begroet hem. Hij stelt zich voor als Mohammed. ‘Ik zag direct dat je een kaaskop bent,’ zegt hij. ‘Want dat ben ik ook.’ Hij is niet jong meer en ligt te rillen op het karton van een uitgevouwen doos. Een maand geleden is hij vanuit Amsterdam hierheen gekomen en hij weet niet hoe lang hij hier moet blijven. Zijn buurman, die uit Duitsland komt, zit er al twee jaar. ‘Ik moet wachten tot Allah me bevrijdt van de djinn die bezit van me heeft genomen,’ vertelt Mohammed. Met een vijftigtal lotgenoten, waarvan er veel uit Europa zijn gekomen, slijt hij zijn dagen met bidden, koranlezen en bezoekjes aan de tombe van de heilige.

De 25 jaren in Nederland zijn Mohammed niet in de koude kleren gaan zitten. Zwaar werk bij de hoogovens in IJmuiden, ’s avonds schoonmaken bij de Nederlandse Bank in Amsterdam en nog duizend andere baantjes. Een halve etage in de Amsterdamse Pijp. Zijn vrouw en kinderen hielden het voor gezien, Mohammed bleef alleen achter. Toen begonnen zijn klachten. ‘Nadat hij me langs alle mogelijke specialisten had gestuurd, zei de huisarts: “Mohammed je stelt je aan, je bent niet ziek, je moet niet proberen te profiteren van onze sociale voorzieningen. Ik zal je rustig maken en je naar het Riagg sturen.” Ik kreeg injecties. De djinn sloeg terug en probeerde me te breken. Mijn hoofd werd afwisselend koud en warm, de pijn priemde door mijn lijf.’

Heeft Mohammed niet eerst een fqih bezocht voordat hij besloot bij het heiligengraf te gaan zitten? ‘Nee, er zitten nogal wat beunhazen tussen,’ zegt hij. ‘Vooral in Nederland, waar sociale controle ontbreekt. Het enige waar ze goed in zijn is je geld afhandig maken.’

Van de moskee hoefde Mohammed ook niet veel te verwachten. ‘Ik ging erheen en vroeg hun te helpen de djinn uit te drijven. Ze zeiden dat dergelijke praktijken niet islamitisch zijn en dat ze niet werkten.’

Djinns behoren niet alleen tot het volksgeloof, ook de Koran erkent hun bestaan. Die stelt dat God de djinns heeft geschapen uit rookloos vuur en dat dichters door hen worden geïnspireerd. Soera 72, de soera van de djinns, wordt veel als amulet gebruikt. Toch worden praktijken als het uitdrijven van djinns met argusogen bekeken door de orthodoxie. De orthodoxie leert de mensen te geloven in djinns, maar wijst tegelijkertijd de remedies af.

‘Ik zag geen andere uitweg dan af te reizen naar sidi Ben Abdallah,’ vertelt Mohammed. In de atar, de kruidenwinkel, koopt hij magische zaken ter ondersteuning van het genezingsproces: kruiden, rozenwater, wierook en muskus. De atar verkoopt ook gedroogde slangen en vogelkopjes. ‘Die moet de patiënt fijnstampen en opeten. Je hebt het gevoel dat je een beroerte krijgt als je dat spul naar binnen werkt. Maar zodra je denkt dat je het niet meer uithoudt, beginnen je krachten terug te komen, en binnen de kortste keren voel je je stukken beter.’ Hij is vast van plan bij het graf in Tamegroute te blijven totdat hij genezen is. De pijn is al gezakt tot zijn middel.